laatste editie
  kolariArchief
  abonneer
   
  gALeRIE
   
  Reageer
  Links
   
    





K
ees Oosterbaan
Prinses Irenelaan 38
1934 EH 
Egmond a/d Hoef
+31 (0)72-506 3591





 
Datum: 17-02-03
Nummer: 21
Klachten

Vrijdagochtend, 7 februari 2003, acht uur.

De buurtbus.

Ik voer de standaardcontrole uit voor het start van de eerste ochtendrit. Zitten er onbekende krassen en deuken in de carrosserie ? Zijn de banden op spanning en is de olie op peil ? Omdat ik, uit een gevoel van gêne, nooit onder motorkappen kijk, weet ik zeker dat de olie in orde is. 
De achterportieren ontgrendel ik vanwege veiligheidsvoorschriften. 
De passagiers kunnen, als ik met de neus van de bus in het water rij, via de kont van het voertuig naar buiten stappen. 
Ik schuif de chauffeursstoel in de juiste stand, stal de kaartjes uit, zet het stempel op datum en tijd, installeer de centenbak en draai het kacheltje aan. Ik start de bus, manoeuvreer van de parkeerplaats en stijg, door mijn hoge zit en het sonore dieselgebrom in de hiërarchie van de dagelijkse weggebruikers.


In de buitenwijken neem ik de verkeers drempels met volle snelheid. Dat geeft in de onderbuik het weeë gevoel van loskomen van de grond. De bochten neem ik weer te krap, omdat de bus over de stoepranden hobbelt. Nergens een passagier te zien. Lekker gassen over het licht glooiende asfalt langs de duinenrand van Bergen en Schoorl. Toch nog een stop bij de halte voor een bejaardentehuis. Een oude dame in een lange bruine mantel hijst zich aan de leuning omhoog in de bus. Ik stempel haar kaartje af en trek de bus op, één seconde voordat de vrouw zit.
Door de krachtige beweging van de bus stuitert ze in haar stoel. Voor dit kunstje krijg ik vaak, ook van deze passagier, complimenten. 
Ze hebben direct de juiste zit en komen moeilijk meer van hun plaats, waardoor het dragen van de verplichte veiligheidsgordel overbodig is.
De dame stapt de volgende halte al weer uit. 
“Lopen gaat slecht sinds mijn heupoperatie, ik ga nu voor medicijnen naar de apotheek, de buurtbus is een uitkomst, een taxi kost een vermogen en ik vind het gemeen dat jullie niet meer naar Bergen aan Zee mogen rijden.” De dame neemt onzeker de treden naar buiten. Het portier sluit automatisch achter haar. Die is opgekrast. 
Het eerste deel van het traject zit erop. Er is nu vijf minuten tijd voor een sanitaire stop bij garage Van Lange. De monteurs in de werkplaats groeten me hartelijk. Bij de pomp tank ik diesel, dat is voorschrift, ook al is de tank tot bijna de rand gevuld. Ik schrijf het bonnetje met hoeveelheid en prijs van de brandstof, kilometerstand, datum en handtekening. 
De balpen van de buurtbusorganisatie schrijft door de kou beroerd. 
Op de route terug maak ik een ommetje. Ik lig ruim voor op het tijdschema. Mijn schoonouders hebben de buurtbus nog nooit gezien. De gordijnen zijn dicht. Ze liggen nog in bed. Weer terug op het reguliere bustraject begroet ik een tegemoet komende buschauffeur in een grote-mensen bus, professioneel door mijn linkerhand met uitgestoken wijsvinger vijf centimeter van mijn stuur te tillen. Hij reageert niet. Misschien had ik met mijn lichten moeten knipperen. 
Stipt op tijd stop ik de bus bij de eindhalte. Na wat administratieve handelingen, het invullen van de kilometerstand en het aantal passagiers, stop ik de kaartjes en de centenbak in mijn koffertje en draag de bus over aan mijn opvolger.
Op weg naar huis, in mijn gezinsauto, hoor ik weer tot de laagste regionen in de hiërarchie van de weggebruikers. 

Vrijdagavond, 7 februari, 19.,00 uur

De deurbel gaat. Ik ren nieuwsgierig, omdat er om deze tijd nooit iemand aan de deur staat naar beneden (ik woon boven) en open met een wijds gebaar de voordeur.
De buurtbuspolitie, in burger, ik herken zijn gezicht.
“Meneer Oosterbaan, ik wil u spreken.” Ik voel dat er iets aan de hand, vanwege de strenge toon van de buurtbusagent.
”Komt u binnen”
In de kamer gaat hij op afgemeten toon verder.
“Er zijn klachten over u binnen gekomen. Ik heb gehoord dat u onderwijzer bent. Dus u moet weten hoe het hoort”. 
Ik knik. 
“U heeft vanmorgen één passagier laten staan en u vult de formulieren niet goed in”.
Ik sla mijn ogen neer. De houten vloer in de huiskamer ziet er prachtige uit. Maar dat zeg ik niet tegen deze strenge meneer. 
Langzaam beweeg ik mijn blik omhoog en bied nederig mijn ontslag aan. 

Oproep.

Wil de passagier, die ik op vrijdag 7 februari jl tussen 8.05 en 11.05 heb laten staan, zich bij mij melden.
Zonder kaartje wordt u door mij naar elke gewenste plek gereden.

< vorige Kolaria

volgende Kolaria >

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 
ees Oosterbaan, Kolaria